Lichtkrant

De lagere school. Ik was acht jaar. De klas was rumoerig. Na een aantal waarschuwingen zei de juf: “Ik wil dat jullie vanmiddag allemaal nablijven.” ‘s Middags leek juf het te zijn vergeten. Mijn vriendinnetje stak haar hand op. “Juf, we moesten toch nablijven?” Ze kreeg van mij een blik!
De juf vertelde tijdens een ouderavond wat er was gebeurd aan mijn ouders. Ze vond het heel komisch. Er was niets mis met mijn non-verbale communicatie. Jaren later, tijdens een training communicatie. Twee mede-cursisten waren in gesprek. De docent zei tegen mij: “Als je ergens iets van vindt, dan kun je dat beter zeggen, je hebt toch een lichtkrant op je voorhoofd”.
Thuis werd dit nog vaak herhaald. “Pas op, je hebt je lichtkrant weer aan staan”. Nu, tijdens alle online bijeenkomsten, zie ik steeds mijn eigen gezicht. Heel confronterend. Ik kan daardoor wel goed oefenen met mijn non-verbale communicatie.
En als toch die lichtkrant weer aan gaat, kan altijd de camera even uit.

Geef een reactie